Wat leert mijn kind?

Paarse Vrijdag is meer dan een dag tegen pesten

Paarse Vrijdag wil laten zien dat ieder kind erbij hoort. Scholen besteden aandacht aan verschillende gezinnen, seksuele oriëntatie, gender en het tegengaan van pesten. Dat zijn belangrijke onderwerpen. Geen kind mag worden uitgescholden, vernederd of buitengesloten.

Maar het materiaal gaat verder dan deze algemene boodschap. COC Nederland biedt scholen boeken, filmpjes, gedichten, werkbladen en gesprekken aan. Daarin komen ook bepaalde ideeën over sekse en genderidentiteit aan bod. Dat zijn niet alleen gedragsregels over respect. Het zijn ook inhoudelijke opvattingen over lichaam en identiteit.

Er bestaat niet één vaste Paarse Vrijdag-les

Wat uw kind precies krijgt, verschilt per school en groep. Een school kan één verhaal voorlezen, maar ook meerdere lessen gebruiken. Sommige scholen beperken zich tot paarse kleding en een gesprek over pesten. Andere scholen gebruiken het hele educatiepakket en besteden het hele jaar aandacht aan de thema’s.

Daarom kunnen we niet zeggen dat ieder kind precies hetzelfde leert. We kunnen wel laten zien welk materiaal aan scholen wordt aangeboden en welke boodschappen daarin staan.

Wat staat er in het aangeboden materiaal?

In het materiaal leren kinderen dat mensen verschillende gezinnen, interesses en manieren van leven hebben. Jongens en meisjes hoeven niet aan vaste verwachtingen te voldoen. Ook leren zij dat pesten en discriminatie niet aanvaardbaar zijn.

Daarnaast komt genderidentiteit aan bod. De handleiding beschrijft genderidentiteit als iets dat kan verschillen van het geslacht dat bij de geboorte is geregistreerd. Een persoonlijk verhaal over een kind dat als jongen werd geboren en zichzelf als meisje ziet, wordt gebruikt om leerkrachten en ouders over dit onderwerp te informeren.

Ook jongere kinderen kunnen met deze ideeën kennismaken. Een les voor groep 4 en 5 gebruikt een gedicht over een jonge stier die zegt zich vanbinnen meer koe te voelen. De leerkracht bespreekt vervolgens wat het betekent dat het dier zich vanbinnen anders voelt dan het eruitziet.

In lessen uit Astra op ontdekking staan genderidentiteit en genderexpressie als lesthema vermeld. Kinderen maken onder meer een figuur van zichzelf, denken na over hoe zij er later uit willen zien en vullen vriendenboekjes in. Daarna interviewen zij elkaar over overeenkomsten en verschillen.

Voor de onderbouw is er materiaal over intersekse en verschillen tussen lichamen. De handleiding stelt daarbij dat sekse het beste als een spectrum kan worden gezien en dat ieder mens ergens op dat spectrum staat.

Wat krijgen leerkrachten en schoolteams mee?

Niet alles uit de handleiding wordt rechtstreeks aan kinderen voorgelezen. Een deel is bedoeld om het handelen van leerkrachten en schoolteams te sturen. Medewerkers worden bijvoorbeeld aangemoedigd om:

  • de hele school zichtbaar bij Paarse Vrijdag te betrekken;
  • zichzelf als bondgenoot van lhbti+-leerlingen te zien;
  • persoonlijke actiepunten te formuleren;
  • aandacht te besteden aan namen en voornaamwoorden;
  • uitspraken van leerlingen ruimte te geven, te bespreken of te begrenzen;
  • seksuele en genderdiversiteit structureel in het schoolbeleid op te nemen.

De handleiding zegt ook dat deelname vrijwillig moet zijn. Leerlingen en medewerkers mogen niet onder druk worden gezet om paars te dragen of hun niet-deelname uit te leggen. Dat is een belangrijk uitgangspunt. Ouders kunnen de school vragen hoe zij die vrijwilligheid in de praktijk bewaakt.

Waar zit volgens ons het probleem?

Het probleem is niet dat kinderen leren dat verschillende mensen en gezinnen bestaan. Ook lessen tegen pesten zijn geen probleem. Onze zorg begint waar respect voor een persoon wordt verbonden aan instemming met één uitleg van sekse en identiteit.

De aangeboden materialen maken niet altijd helder onderscheid tussen:

  • een persoonlijke ervaring en een algemeen feit;
  • respect voor iemand en instemming met een overtuiging;
  • biologische kenmerken en de beleving van gender;
  • open onderzoek en een vooraf gewenste conclusie;
  • sociale veiligheid en deelname aan een campagne.

De uitspraak dat sekse voor iedereen een spectrum is, wordt bijvoorbeeld als feit gepresenteerd. Maar het bestaan van variaties in geslachtskenmerken bepaalt niet vanzelf welk wetenschappelijk model voor sekse het beste is.

Ook een persoonlijk verhaal kan waardevol zijn zonder dat het één verklaring voor ieder kind geeft. Kinderen die niet aan verwachtingen over jongens en meisjes voldoen, hoeven niet automatisch een andere genderidentiteit te hebben. Zij kunnen ook gewoon een jongen of meisje zijn met eigen kleding, gedrag en interesses.

Waarom moeten ouders dit weten?

Ouders horen vaak alleen dat Paarse Vrijdag over acceptatie en veiligheid gaat. Zij zien niet altijd welke boeken, filmpjes, begrippen en opdrachten hun school gebruikt. Daarom is de eerste stap niet om te veronderstellen wat er gebeurt. De eerste stap is om het te vragen:

  • Doet de school mee aan Paarse Vrijdag?
  • Welke materialen worden per groep gebruikt?
  • Wat krijgen kinderen letterlijk te zien en te horen?
  • Welke vragen en opdrachten krijgen zij?
  • Wordt genderidentiteit als onderwerp behandeld?
  • Hoe voorkomt de school druk rond kleding, taal of deelname?
  • Kunnen ouders het materiaal vooraf bekijken?

Pas wanneer u weet wat uw school doet, kunt u daar gericht over in gesprek gaan.

Vraag uw school wat uw kind leert.

Download de voorbeeldbrief

Verder lezen

Verdieping

Wilt u precies weten wat er in het lesmateriaal staat, met citaten en bronnen? De volledige analyses gaan per document in detail in op wat wij hebben aangetroffen.

Bekijk het onderzochte lesmateriaal