Voorbeelden uit lesmateriaal
Apart lesmateriaal: goede bedoelingen, verbijsterende uitwerking
COC Nederland biedt op zijn website een grote hoeveelheid lesmateriaal aan voor basisscholen. Met deze lessen, werkbladen, verhalen en ouderinformatie wil de organisatie onderwerpen als diversiteit, gezinsvormen, genderidentiteit en seksuele oriëntatie bespreekbaar maken.
Maar wat wordt kinderen, leerkrachten en ouders in dit materiaal precies verteld? Wij hebben een selectie van het aangeboden lesmateriaal doorgespit en de opvallendste voorbeelden voor u op een rij gezet. Daarbij kijken we niet alleen naar de inhoudelijke boodschap, maar ook naar feitelijke onjuistheden, sturende opdrachten, ongepaste vragen, gebrekkige didactiek en opvallend slordige taal. Het resultaat roept de vraag op of dit materiaal werkelijk bijdraagt aan zorgvuldig onderwijs over diversiteit, of juist nieuwe stereotypen, verwarring en ongemakkelijke situaties in de klas veroorzaakt.
Het doel van deze materialen – kinderen leren dat zij anderen niet moeten buitensluiten – is op zichzelf weinig controversieel. Maar goede bedoelingen maken lesmateriaal nog niet zorgvuldig, effectief of geschikt. In deze pakketten staan opvallend veel onbewezen claims, geforceerde metaforen, sturende vragen, privacyrisico's en regelrechte redactionele fouten.
Feiten die niet of slechts half kloppen
De ouderflyer beweert dat scholen sinds 2012 wettelijk verplicht zijn "alle kinderen te leren over diversiteit". Dat is veel te algemeen geformuleerd. Sinds 2012 moeten basisscholen binnen kerndoel 38 aandacht besteden aan seksualiteit, diversiteit en respectvolle omgang met seksuele diversiteit. Scholen zijn echter niet verplicht Paarse Vrijdag te vieren of dit specifieke COC-materiaal te gebruiken. Zij bepalen zelf hoe zij aan de kerndoelen voldoen. Dat bevestigt ook de Rijksoverheid.
De lesbrieven schermen daarnaast met een indrukwekkende hoeveelheid "Nieuwe Kerndoelen". Daarbij wordt niet verteld dat dit nog definitieve conceptkerndoelen zijn, die volgens SLO nog niet in de wet staan. Een kleurplaat of kort kringgesprek wordt bovendien zonder serieuze onderbouwing gekoppeld aan hele reeksen doelen voor Nederlands, burgerschap, mens en natuur, mens en maatschappij en kunst en cultuur.
Ook de verzekering dat het aangeboden materiaal "gegarandeerd" bij de leeftijd van kinderen past, is ongefundeerd. Er staat geen toetsingskader, onderzoek, onafhankelijke beoordeling of instantie bij die zo'n garantie kan geven.
Het pestcijfer "ruim één op de tien" is niet noodzakelijk onjuist, maar wordt zonder bron, leeftijdsgroep, periode of definitie gepresenteerd. Afhankelijk van de gebruikte definitie lopen officiële cijfers uiteen: het Nederlands Jeugdinstituut noemt bijvoorbeeld 17 procent dat in het basisonderwijs weleens wordt gepest, tegenover 8 procent van groep 8 dat vaak wordt gepest. Zonder uitleg is "één op de tien" vooral een retorisch cijfer.
De meest potsierlijke inhoudelijke missers
Het verhaal De boer en de dierenarts noemt verliefdheid letterlijk een "vrolijke ziekte" waarvoor maar één "medicijn" bestaat. Juist in materiaal over homoseksuele liefde is de vergelijking met ziekte buitengewoon ongelukkig. Bovendien lokt de boer de dierenarts herhaaldelijk met verzonnen zieke dieren naar zijn boerderij. Misleiding en het misbruiken van iemands professionele verantwoordelijkheid worden zo onderdeel van een romantische verovering. Zodra de twee mannen bij elkaar zijn, luidt de conclusie: "Nu is alles precies zoals het moet zijn." Daarmee wordt ironisch genoeg een romantische relatie zelf weer als noodzakelijke happy ending neergezet.
In Anders zijn is normaal staat een hond met zes poten symbool voor mensen die "anders" zijn. In de uitbreiding moeten kinderen zichzelf met vier armen tekenen. Wie diversiteit, homoseksualiteit, genderidentiteit of een handicap wil normaliseren, kiest hier dus als beeld een lichamelijke afwijking die in werkelijkheid medische gevolgen zou hebben. Dat is geen subtiele inclusie, maar een karikatuur.
Het gedicht WIJ laat een jonge stier zeggen dat hij zich "veel meer koe" voelt. Als literaire metafoor kan dat, maar als uitleg over menselijke genderidentiteit verwart het biologische diercategorieën met de sociale en persoonlijke betekenis van gender. Vervolgens moeten kinderen bij de gevoelige strofen "boe", "bèèh" en "kwaak" roepen. Dat vergroot het risico dat juist de passages over transgender zijn, homoseksuele verliefdheid en ongewenst zoenen een komisch toneelstukje worden.
Kinderen worden tot persoonlijke onthullingen gestuurd
De lesvragen gaan opvallend vaak over gevoelige gezinssituaties:
- "Wie heeft zelf gescheiden ouders?"
- "Wie woont soms bij vader en soms bij moeder?"
- "Met wie woon jij thuis?"
- "Welke talen spreekt jouw familie?"
- "Waar denk je aan bij liefde en verliefdheid in jouw omgeving?"
Kinderen moeten elkaar hierover interviewen, hun gezin tekenen, hun antwoorden bespreken en werkstukken in de klas ophangen. Een expliciet recht om een vraag over te slaan ontbreekt. Voor kinderen met een scheiding, pleegzorg, overlijden, huiselijk conflict, armoede of een onveilige thuissituatie kan dit zeer belastend zijn.
Ook de opdracht voor groep 1–3 om klassikaal te bespreken wie "helemaal niet" op een leerling lijkt en welke lichamelijke verschillen in de klas zichtbaar zijn, kan juist tot etikettering en buitensluiting leiden.
De voorbeeldboekjes versterken het gevoel van een afvinklijst. Aicha krijgt in één profiel twee vaders, een Arabisch sprekend gezin en mezze en hummus als feesteten. Op zichzelf kan ieder element volkomen realistisch zijn; de opeenstapeling maakt haar echter tot het aangewezen "diversiteitskind". Dennis vertegenwoordigt vervolgens onder meer het eenoudergezin. Diversiteit wordt zo minder een gewone werkelijkheid en meer een verzameling herkenbare lesboekkenmerken.
Didactiek die zichzelf tegenspreekt
De formulieren gebruiken herhaaldelijk de term "negatief bekrachtigd" wanneer kennelijk afkeuring of bestraffing wordt bedoeld. In de gedragswetenschappen betekent negatieve bekrachtiging juist dat gedrag toeneemt doordat iets onaangenaams wordt weggenomen. De vakterm wordt dus verkeerd gebruikt.
Bij de Visual Thinking Strategies staat dat leerlingen "zonder sturing van de leerkracht" ontdekken, terwijl dezelfde les de leerkracht precies voorschrijft welke vragen moeten worden gesteld en welke boodschap positief moet worden bekrachtigd.
Ook zinnen als "leerlingen worden niet gecorrigeerd op hun manier van expressie" zijn te absoluut. Een school moet beledigende, intimiderende of onveilige uitingen natuurlijk wél begrenzen. Bedoeld zal zijn dat kinderen niet volgens genderstereotypen worden gecorrigeerd, maar dat staat er niet.
Verder worden grote effecten als empathieontwikkeling, rechtvaardigheidsgevoel, kritisch denken en een veilige inclusieve schoolomgeving toegeschreven aan korte knutselactiviteiten. Of die doelen zijn bereikt, wordt vervolgens gecontroleerd met vragen als "Wat heb je getekend?" en "Wat vond je ervan?". Dat meet geen empathie, veiligheid of kritisch denken.
Een stapel zichtbare productieblunders
De redactionele controle is ondermaats:
- Formulier 3.2 heet Ikzelf in de straat van Astra, maar begint inhoudelijk met "Mijn gezin in de straat" en draagt op de laatste pagina ineens het nummer 3.3.
- Formulier 4.1 heet op meerdere pagina's 4.2. De twee aangeleverde versies van 4.1 zijn bovendien exact hetzelfde bestand.
- Les 5.3 heet eerst De ruimtepak fabriek, vervolgens De ruimteschipfabriek, terwijl de opdracht over een ruimtepak gaat. Ook wordt bij de benodigdheden abusievelijk een presentatie met ingevulde vriendenboekjes genoemd.
- Les 5.4 verwijst bij de nabespreking naar video 5.3.
Verder staan er fouten als "straat vaan Astra", "kleinde stappen", "hun zelf", "vregen", "tzichzelf", "het video", "iedere leerlingen", "Antwepen", "Welk van die eigenschappen" en "toen je deze eigenschap had gebruikt".
In de ouderflyer staat "verzorges" en zijn onderaan zelfs de InDesign-bestandsnaam en productiedatum blijven staan.
De kern van het probleem is daarmee niet dat de lessen over verschillen, gezinnen of verliefdheid gaan. Het probleem is dat een vooraf vaststaande boodschap wordt verpakt als open ontdekking, terwijl privacywaarborgen, begripsmatige precisie en elementaire eindredactie ontbreken. Voor materiaal dat scholen moet leren zorgvuldig met verschillen om te gaan, gaat het zelf opvallend onzorgvuldig met kinderen, begrippen en feiten om.