Wat zegt de wet?

Een sociaal veilige school ontstaat niet door één actiedag per jaar. Sociale veiligheid vraagt iedere dag aandacht: in de omgang tussen leerlingen, in wat de school voorleeft en in de manier waarop zij reageert op pesten, uitsluiting en discriminatie.

Wetboek met een symbool van een gerechtsgebouw

Basisscholen moeten aandacht besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit. Ook moeten zij zorgen voor sociale veiligheid. De wet schrijft niet voor dat dit gebeurt via Paarse Vrijdag, een aparte themaweek of materiaal van COC Nederland of Rutgers.

Een school mag deze onderwerpen verweven in het gewone onderwijs en bespreken wanneer ze in de klas of op school aan de orde zijn. Zij moet wel kunnen uitleggen hoe zij aan de wettelijke doelen voldoet.

Wat is wettelijk verplicht?

Kerndoel 38 luidt:

“De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.”

Kerndoel 38 bestaat dus uit twee delen. Leerlingen leren over belangrijke geestelijke stromingen én leren respectvol om te gaan met seksualiteit en diversiteit, waaronder seksuele diversiteit.

Het kerndoel schrijft niet voor dat een school:

  • meedoet aan Paarse Vrijdag;
  • daarvoor een aparte les of themadag organiseert;
  • lesmateriaal van COC Nederland of Rutgers gebruikt;
  • genderidentiteit of intersekse als afzonderlijk onderwerp behandelt;
  • sekse als een spectrum presenteert;
  • één bepaalde opvatting over lichaam en identiteit onderwijst.

Een school mag hiervoor kiezen, maar deze keuzes worden niet afzonderlijk voorgeschreven door kerndoel 38.

De Rijksoverheid bevestigt dat scholen zelf bepalen wanneer en hoe zij relationele en seksuele vorming geven en welk materiaal zij gebruiken. Lees de uitleg van de Rijksoverheid.

Sociale veiligheid is een dagelijkse opdracht

Scholen moeten beleid voeren om de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen te beschermen. Zij moeten optreden tegen onder meer pesten, uitschelden, discriminatie en geweld. Ook moeten zij jaarlijks onderzoeken hoe veilig leerlingen zich voelen en zo nodig maatregelen nemen.

Daarvoor is geen Paarse Vrijdag, COC-lespakket of bepaalde visie op gender voorgeschreven. Een school kan kiezen voor een dagelijkse aanpak waarin respect, grenzen en concrete problemen worden besproken wanneer die zich voordoen.

Een school die niet meedoet aan Paarse Vrijdag is daarom niet automatisch onveilig. Andersom bewijst deelname aan Paarse Vrijdag niet dat alle leerlingen zich veilig voelen. Doorslaggevend is hoe de school in de praktijk omgaat met pesten, uitsluiting, verschillen en de veiligheid van ieder kind.

Lees wat de Onderwijsinspectie over sociale veiligheid van scholen verlangt.

Wat kiest de school zelf?

De school bepaalt onder meer:

  • in welke groepen onderwerpen worden behandeld;
  • of onderwerpen in gewone lessen worden verweven of apart aan bod komen;
  • hoeveel lestijd eraan wordt besteed;
  • welke boeken, filmpjes en opdrachten worden gebruikt;
  • of zij meedoet aan Paarse Vrijdag;
  • of zij aanvullend lesgeeft over genderidentiteit;
  • hoe zij respect voor verschillen verbindt met haar onderwijsvisie.

SLO publiceert leerlijnen en tussendoelen die scholen kunnen gebruiken. SLO noemt deze uitwerkingen zelf voorbeeldmatig en niet verplicht. Lees de toelichting van SLO.

Nieuwe kerndoelen vanaf 2027

SLO heeft ook nieuwe kerndoelen ontwikkeld. Dit zijn nu nog definitieve conceptkerndoelen. De inhoud is door SLO afgerond, maar de doelen voor deze leergebieden zijn nog niet definitief vastgelegd in de wet. Naar verwachting gaan ze op 1 augustus 2027 in. Scholen kunnen er nu al vrijwillig mee werken.

In de voorgestelde kerndoelen 20 en 28 staat dat leerlingen leren over verschillen tussen mensen, waaronder verschillen in geslacht. De woorden gender, genderidentiteit en genderexpressie staan niet in de formele kerndoeltekst.

SLO gebruikt deze woorden wel in een aparte begrippenlijst voor leraren. Daar schrijft SLO dat met geslacht ook gender, genderidentiteit en genderexpressie worden bedoeld. Deze begrippenlijst moet leraren helpen de kerndoelen te begrijpen, maar staat niet in het ontwerpbesluit waarmee de kerndoelen wettelijk worden vastgelegd.

Dat verschil is belangrijk. De uitleg van SLO kan invloed krijgen op lessen, trainingen en lesmateriaal. Maar daaruit volgt niet zonder meer dat scholen wettelijk verplicht zijn één bepaalde opvatting over genderidentiteit te onderwijzen.

Vrijheid én verantwoordelijkheid

De school is geen doorgeefluik van de overheid, COC, Rutgers, SLO of een andere organisatie. Zij maakt zelf keuzes over haar lesprogramma en blijft verantwoordelijk voor de inhoud.

Daarom moet een school kunnen uitleggen:

  • welk doel zij met een les of activiteit wil bereiken;
  • waarom zij voor dit materiaal heeft gekozen;
  • wat kinderen precies te zien, te horen of te doen krijgen;
  • hoe de inhoud past bij hun leeftijd;
  • hoe zij rekening houdt met privacy en verschillen tussen gezinnen;
  • welke ruimte leerlingen hebben om niet aan een persoonlijke of zichtbare uiting mee te doen.

Respect voor ieder kind is verplicht. Instemming met iedere opvatting, uiting of campagne is dat niet.

Wat mogen ouders vragen?

Ouders kunnen de school rustig en concreet vragen:

  • welke lessen, materialen en activiteiten per groep worden gebruikt;
  • wat kinderen rechtstreeks te zien of te horen krijgen;
  • welk leerdoel de school daarmee wil bereiken;
  • welke onderdelen wettelijk verplicht zijn;
  • welke onderdelen de school zelf heeft gekozen;
  • hoe de school voorkomt dat kinderen druk ervaren om paars te dragen, zichzelf een label te geven of persoonlijke gevoelens te delen;
  • hoe vragen en bezwaren met ouders worden besproken.

Ouders hebben niet automatisch het recht om iedere les tegen te houden of al het materiaal vooraf in te zien. Wel mogen zij verwachten dat de school open is over haar keuzes en hen serieus als opvoedingspartners behandelt.

Wilt u weten wat uw school doet? Vraag eerst om feitelijke informatie. Gebruik daarvoor de voorbeeldbrief.

Gebruik de voorbeeldbrief