Wat kan dan wel in de les?
Kritiek op lesmateriaal betekent niet dat de school over relaties, seksualiteit of homoseksualiteit moet zwijgen.
Kinderen hebben betrouwbare informatie nodig. Zij moeten leren wat grenzen zijn, hoe zij hulp kunnen vragen en hoe zij respectvol met anderen omgaan. Ook moeten zij weten dat niemand mag worden gepest vanwege zijn gezin, uiterlijk of seksuele gerichtheid.
De vraag is daarom niet óf de school hier aandacht aan besteedt. De vraag is wat kinderen precies leren, op welke leeftijd en vanuit welke uitgangspunten.
Een goede les biedt kennis en veiligheid
Relationele en seksuele vorming kan kinderen helpen om:
- hun lichaam en de ontwikkeling daarvan te begrijpen;
- woorden te geven aan grenzen en ongewenst gedrag;
- hulp te vragen wanneer iets niet goed voelt;
- zorgvuldig om te gaan met lichamelijke privacy;
- respectvol om te gaan met verschillende gezinnen en seksuele gerichtheden;
- te begrijpen dat kleding, speelgoed, karakter en interesses niet bepalen of iemand een jongen of meisje is.
Deze onderwerpen kunnen rustig, zorgvuldig en passend bij de leeftijd worden behandeld. Daarvoor is geen campagne of vaste uitleg over genderidentiteit nodig.
Feiten, gevoelens en opvattingen uit elkaar houden
Een goede les maakt duidelijk verschil tussen lichamelijke feiten, persoonlijke gevoelens en maatschappelijke opvattingen.
Kinderen kunnen heel verschillende gevoelens hebben over hun lichaam of over wat anderen van jongens en meisjes verwachten. Die gevoelens mogen serieus worden genomen. Maar een kind hoeft niet direct een identiteit of label te kiezen.
Een jongen mag zacht zijn, van dansen houden of jurken mooi vinden. Een meisje mag stoer zijn, voetballen of techniek interessant vinden. Kinderen hoeven niet aan stereotypen te voldoen om gewoon jongen of meisje te kunnen zijn.
Ook wanneer mensen verschillend denken over sekse en gender, moet ieder kind veilig zijn. Respect voor een persoon hoeft niet te betekenen dat iedereen dezelfde opvatting moet delen.
Verder lezen: In het opiniestuk ‘Leer kinderen wat geslacht is, niet ‘gender’ want dat is een Trojaans paard’ leggen biologen Marianne Driessen en Marieke den Ouden uit waarom scholen volgens hen biologisch geslacht helder moeten onderwijzen en kinderen tegelijk vrij moeten laten van vaste ideeën over jongens- en meisjesgedrag.
Ouders horen vooraf te weten wat er wordt geleerd
Relationele en seksuele vorming raakt aan opvoeding, waarden, lichamelijke grenzen en persoonlijke overtuigingen. Daarom is openheid naar ouders belangrijk.
Een school kan vooraf duidelijk maken:
- welke onderwerpen in welke groep worden behandeld;
- welk lesmateriaal, welke boeken en welke filmpjes worden gebruikt;
- wat het leerdoel van de lessen is;
- hoe rekening wordt gehouden met leeftijd en ontwikkeling;
- hoe feiten en maatschappelijke opvattingen van elkaar worden onderscheiden;
- hoe ouders bij de lessen worden betrokken.
De school kan een bestaande methode gebruiken, verschillende materialen combineren of zelf lessen ontwikkelen. Welke keuze zij ook maakt: ouders moeten kunnen zien en begrijpen wat hun kind leert.
Een mogelijk alternatief: Veiligwijs
Een methode die scholen kunnen onderzoeken is Veiligwijs. Deze methode is ontwikkeld door Zorg voor Seksualiteit en biedt een doorlopende leerlijn voor groep 1 tot en met 8.
Bekijk de introductie van Veiligwijs
Volgens de aanbieder krijgen kinderen informatie over hun lichaam en hun lichamelijke, emotionele, sociale en seksuele ontwikkeling. Ook komen relaties, grenzen, weerbaarheid, hulp vragen en online veiligheid aan bod. De lessen zijn opgebouwd rond de waarden respect, liefde, zorg en veiligheid.
Veiligwijs zegt bovendien rekening te houden met verschillen in achtergrond, cultuur en levensovertuiging. Ouders worden betrokken door informatiemateriaal, opdrachten en een ouderavond. Voor leerkrachten zijn er een handleiding, training en ondersteuning.
Dat maakt Veiligwijs een relevant alternatief om naast andere methodes te leggen. Dat betekent niet dat een school de methode zonder verdere beoordeling moet overnemen. Ouders en scholen zouden ook hiervan de concrete lessen, opdrachten en uitgangspunten vooraf moeten bekijken.
Drie vragen voor de school
Wilt u met de school spreken over een andere invulling? Begin dan met deze drie vragen:
- Wat moeten de kinderen na deze lessen weten of kunnen?
- Hoe maakt de les onderscheid tussen lichamelijke feiten, persoonlijke gevoelens en maatschappelijke opvattingen?
- Kunnen ouders het materiaal vooraf bekijken en meepraten over de gekozen aanpak?
Zo gaat het gesprek niet alleen over waar ouders bezwaar tegen hebben, maar ook over wat kinderen wél nodig hebben: betrouwbare kennis, duidelijke grenzen, veiligheid en respect.
Bespreek dit met uw school
Gebruik onze voorbeeldbrief om te vragen welke lessen en materialen de school kiest en waarom.
Gebruik de voorbeeldbrief